15 juni 2023

Leidse Hoogleraar biedt nieuwe kijk op ontstaan Staat Israel

Prof. dr. Sarah Cramsey is Universitair Docent bij het Instituut voor Regiostudies en bijzonder hoogleraar Midden-Europese studies bij het Instituut voor Geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Ze doet onderzoek naar de geschiedenis van centraal Europa en de rol en positie van de joodse gemeenschappen aldaar. Een terugkerend thema is de holocaust en het effect daarvan op de stichting van de joodse staat Israël. Onlangs kwam haar nieuwe boek uit: Uprooting the diaspora.

Ten eerste, van harte gefeliciteerd! U bent in september aangesteld als bijzonder hoogleraar Midden-Europese studies bij het Instituut voor Geschiedenis. Wat betekent deze aanstelling voor u?

Dank voor de felicitatie! Ik was zeer vereerd door deze aanstelling. Deze toewijzing stelt me in staat om het lesgeven en mijn onderzoek te combineren. Ik ben historica en mijn onderzoek omvat de geschiedenis van het gebied van Centraal- en Oost-Europa, de ‘Jewish experience’ door de eeuwen heen en de diaspora die ontketende in de regio tussen Salzburg, St. Petersburg en Sarajevo in de jaren ‘40 van de twintigste eeuw. Door mijn leerstoel kan ik verschillende rollen combineren. Ik kan optreden als promotor van promovendi, doceren aan zowel het Historisch Instituut als aan het Centrum voor Religiewetenschappen en ben directeur van het Austria Center van de Universiteit Leiden. Het Austria Center wordt gefinancierd door de in Leiden gevestigde Austrian Studies Foundation en de regering van Oostenrijk. Deze vestiging is een van de negen Austria Centers over de hele wereld. We verzorgen speciale programmering, beheren een scriptieprijs, ontvangen gastprofessoren uit Oostenrijk en promoten Centraal-Europese Studies in bredere zin bij studenten, docenten en het publiek. Dit openbare deel van mijn leerstoel is geweldig en het stelt me in staat om veel mensen kennis te laten maken met Midden-Europese Studies in bredere zin en met mijn eigen onderzoek.

Waarom is het belangrijk dat er voldoende onderzoek is op het gebied van Centraal-Europa en de religieuze aspecten van dit gebied?

Eeuwenlang was Centraal-Europa een regio gekenmerkt door etnische, taalkundige en religieuze diversiteit. De geschiedenis van de Joodse cultuur in Centraal-Europa is intrinsiek verbonden met die diversiteit. We kunnen de geschiedenis van de Joodse minderheid in de hele regio gebruiken om niet alleen de geschiedenis van de zogenaamde meerderheid te verduidelijken, de lens van de Joodse ervaring helpt ons ook om meer te leren over bredere sociaaleconomische bewegingen die de moderne periode van de geschiedenis doordringen (nationalisme, liberalisme, socialisme, communisme, fascisme, kapitalisme, isolationisme), de geschiedenis van het dagelijks leven (inclusief de geschiedenis van kinderopvang, zorgverlening en gezinsvorming, en de gecompliceerde geschiedenissen die co-existentie, conflict, revolutie en genocide). Centraal-Europa is een uniek laboratorium om al deze zaken te bestuderen in een zeer korte historische tijdspanne. En als we het erover eens zijn dat een deel van Oekraïne deel uitmaakt van historisch “Centraal-Europa” (Galicië was, en dit moeten we niet vergeten, onderdeel van het Habsburgse Rijk), dan kunnen we zien dat kwesties van “wie hoort bij dit Europa” en “wie hoort niet bij dit Europa” zelfs vandaag de dag sterk resoneren.

Uw nieuwe boek, Uprooting the Diaspora, is net uitgekomen. Waarom was het voor u belangrijk om dit onderzoek te doen en dit boek te schrijven?

Ik ben zo blij dat na vele jaren van onderzoek en schrijven Uprooting the Diaspora de wereld in is gebracht! In dit boek onderzoek ik hoe de Joodse burgers die geworteld waren in het interbellum in Polen en Tsjecho-Slowakije de ideale staatsburgers vormden voor een Joodse staat in het Midden-Oosten na de Tweede Wereldoorlog. Specifiek vraag ik me af hoe nieuwe interpretaties van Joodse verbondenheid zijn ontstaan en steun hebben gekregen bij Joodse en niet-Joodse besluitvormers die verbannen waren uit het oorlogvoerende Oost-Midden-Europa en de machthebbers om hen heen.

Gewoonlijk wordt de oprichting van de staat Israël gepresenteerd als een verhaal dat begint met Herzl en tot vervulling komt door de Holocaust. Om deze ontwikkeling in een ander perspectief te plaatsen, maak ik gebruik van een breed scala aan historische bronnen (in het Hebreeuws, Jiddisch, Pools, Tsjechisch, Duits, Frans en Engels) die ik verzameld heb in meer dan een dozijn archieven verspreid over drie continenten. Ik onderzoek wat ik noem een “transnationaal gesprek” dat gevoerd werd door een kleine maar invloedrijke groep geallieerde staatslieden, diplomaten in internationale organisaties en Joodse leiders die besloten dat de algehele ontvlechting van bevolkingsgroepen in het naoorlogse Oost-Midden-Europa de gelijktijdige intellectuele en logistieke omarming van een Joods thuisland in Palestina als een territoriaal nationalistisch project vereiste.

Tot slot vertraagt mijn boek de chronologie tussen 1936 en 1946 om te laten zien hoe individuen die ooit de multiculturaliteit van het Jodendom in de diasporia binnen Oost- en Midden-Europa benadrukten, Joods-zijn ineens voornamelijk in etnische termen gingen definiëren. Deze revolutie in het denken over Joodse verbondenheid, gecombineerd met een ingrijpende verandering in internationale normen met betrekking tot bevolkingsverplaatsingen, en versneld, bewust naoorlogs werk ter plaatse in de regio, heeft Tsjechische en Poolse Joden verder ontheemd van hun vooroorlogse huizen.

Mijn boek geeft antwoorden op belangrijke vragen die de Joodse geschiedenis doordringen en de menselijke ervaring in bredere zin. Wie behoort tot een volk en waar horen die mensen bij? Hoe reageren wij als samenlevingen op de verharding van etnische verschillen, de vervolging van anderen en genocide? Kunnen mensen met verschillende religieuze levenswijzen met elkaar samenleven en wat gebeurt er wanneer die harmonie verdwijnt? Wat is antisemitisme en hoe heeft de Holocaust het veranderd? Ik hoop dat de lezer van mijn boek antwoorden zal vinden op deze gecompliceerde vragen.

Wat is de grootste motivatie in uw werk? Wat inspireert u om onderzoek te doen op dit gebied en zich te richten op de Joodse diaspora?

De grootste motivatie voor mij als historica is het schrijven en onderwijzen van geschiedenissen die ons leren over onze eigen menselijkheid. Wat betekent het om mens te zijn? De mensen uit het verleden hebben ons veel te leren over hun eigen omstandigheden en de verbanden die ons allemaal verbinden over generaties en eeuwen heen. Ik maak gebruik van een unieke reeks documenten om over deze verbindingen en verbrekingen te praten, van de Hebreeuwse Bijbel die meer dan 2000 jaar geleden is geschreven tot rabbijnse brieven die de relaties tussen Joodse moeders en christelijke voedsters bespreken, tot poëzie van Wisława Szymborska en fictie van Franz Kafka. Mijn doel is om mijn studenten en mijzelf empathischer te maken ten opzichte van anderen, zorgvuldiger met taal om te gaan en kritischer te zijn ten opzichte van degenen die “verschil” willen aangeven tussen een hypothetisch “ons” en een hypothetisch “hen”. Ik ben me er zeer van bewust dat ik het geluk heb om dit werk te mogen doen en gelukkig ben om zo’n geweldig academisch thuis te hebben aan de Universiteit Leiden.